Opkoopbescherming in Den Haag per 1 maart 2022 in werking.

Wat houdt deze wet in:

De opkoopbescherming moet er voor zorgen dat goedkope en middeldure koopwoningen ook in de bestaande bouw behouden kunnen blijven in het koopsegment en niet worden opgekocht door beleggers voor de verhuur. Koper moet een woning dus zelf gaan bewonen en mag het gedurende een termijn van 4 jaar niet verhuren, uitzonderingen daargelaten. 

Duur opkoopbescherming
Wanneer een woning in de huisvestingsverordening is aangewezen inzake opkoopbescherming, mag deze voor een periode van 4 jaar na aankoop ervan niet worden verhuurd zonder vergunning. Na verloop van deze 4 jaar mag de eigenaar ervoor kiezen om de woning te verhuren en heeft hij hiervoor geen vergunning meer nodig.

Indien de woning wordt doorverkocht terwijl de ingevoerde opkoopbescherming van kracht is, is er sprake van een nieuwe aankoop wat betekent dat de nieuwe eigenaar opnieuw voor 4 jaar gebonden is aan de opkoopbescherming. Wanneer de opkoopbescherming van rechtswege vervalt of wanneer die wordt ingetrokken vervalt deze termijn en kan de woning verhuurd worden zonder vergunning.

Uitzonderingsgevallen om toch te verhuren
Niet in alle gevallen is het redelijk om een eigenaar van een koopwoning te verbieden de woning te verhuren. De wet voorziet in uitzonderingen. De vergunning voor verhuur zal verleend worden in de volgende situaties:

  1. verhuur aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste graad of in de tweede graad heeft met de eigenaar. Bijvoorbeeld de verhuur van ouders aan een van de kinderen, of zelfs grootouders die willen verhuren aan kleinkinderen;
  2. tijdelijke verhuur van de woning indien de eigenaar de woning minimaal één jaar zelf heeft bewoond en kan aantonen dat de verhuur slechts voor maximaal 12 maanden is;
  3. verhuur van woonruimte die onlosmakelijke deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte.

 

Bron: NVM Haaglanden